Doe maar dicht maar!
Spelen met woorden – een poëzieworkshop voor de jeugd
Gedichten maken over jezelf, woorden en buitenplekken
Image
Moi!
Vandaag gaan we gedichten maken.
Nee, niet 'we'.
Jij!
Jij gaat gedichten maken.
Jouw gedichten!
Leuk en helemaal niet moeilijk.
Wat ga je doen? Je gaat in deze workshop:
- spelen met woorden
- goed kijken en luisteren
- schrijven over een spannende mooie fijne plek buiten
- ontdekken dat woorden soms meer zeggen dan ze zeggen.
En het leuke is:
- Bij dichten is er geen goed of fout.
- Alles wat jij schrijft, mag bestaan
- Als je een paar gedichten hebt gemaakt ben je een heuse dichter!
Stapje 1. Woorden wakker maken
Image
Woorden kunnen slapen.
Wij maken ze wakker.
Luister maar:
De banaan is boos
omdat niemand ziet
dat hij eigenlijk heel zacht is
Dat is een gedichtje.
Nu jij. Schrijf maar eens wat in je opkomt. Drie regeltjes hoe je je voelt of wat je ziet.
Het mooie van woorden is dat je ze heel spannend, leuk of bijzonder kunt maken door ze te combineren met een ander woord. Bijvoorbeeld:
een blozende boom
een slordige sloot
een dunne dijk
of iets dat jij zelf verzint
Oefening
Schrijf 5 zelfstandige naamwoorden op (boom, sloot, dijk, zoals hierboven)
Schrijf 5 bijvoeglijke naamwoorden op (blozend, slordig, dun, zoals hierboven)
Maak nu leuke combinaties met bijvoeglijke naamwoorden met elfstandige naamwoorden
Oefening
Schrijf een gedichtje waarin je de vraag beantwoord: Wat doet die leeuw in mijn achtertuin?
Stapje 2. Wat is een gedicht?
Image
Wat is een gedicht? Tja. Wat is een leeuw? Wat is een dijk? Wie ben jij?
In ieder geval is een gedicht geen verhaal.
Een gedicht hoeft ook niet uit te leggen.
Een gedicht roept vaak iets op dat de lezers niet verwachten.
Luister maar:
Ik heb een zak
vol stiltes
maar vandaag
is hij een beetje
lek
Dit gedicht vertelt eigenlijk helemaal niet veel. En toch voel je iets.
Een gedicht mag:
- kort zijn
- raar zijn
- rijmen
- niet rijmen
- je gevoel proberen over te brengen.
Oefening
Image
Kijk naar het plaatje hiernaast. Wat zie je? Wat voel je? Waar denk je aan?
- Schrijf vijf willekeurige woorden op – woorden die je nu te binnen schieten
- Zet die woorden onder elkaar
- Probeer nu korte zinnetjes te maken waarin die woorden voorkomen. Elke zin bevat een van je woorden.
- Zie je een gedicht of een verhaal verschijnen?
- Wat hebben die woorden met elkaar te maken?
- Maak er nu een geheel van door de juiste zinnetjes onder elkaar te zetten.
- Schrijf nu je gedicht uit.
Stapje 3. Denk aan jouw plek buiten
Nu gaan we schrijven over een plek in het landschap.
Image
Bijvoorbeeld:
- een bosje
- een speelweide
- een landje achter een hek
- een paadje
- een plek waar je vaak alleen bent
- een geheime plek
- een plek waar je met je vrienden samenkomt
Luister:
Achter het veld
waar het gras hoger is dan ik
weet de wind vaak
mijn naam
Je hoeft niet te weten waar deze plek is. Je hoeft hem alleen maar te voelen.
Oefening
- Sluit je ogen (als je dat durft). Stel je voor dat je naar die plek loopt.
- Beschrijf in de eerste regel hoe deze plek eruit ziet.
- Beschrijf in de tweede regel welke kleuren je ziet
- Beschrijf in de derde regel hoe deze plek ruikt
- Beschrijf in de vierde regel wie of wat je op deze plek aantreft – bomen, planten, dieren, een vriend of vriendin? (Eén ding!)
- Beschrijf in de vijfde regel een idee of gedachte die bij je opkomt
- Sluit af met het mooiste woord dat je aan deze plek kunt geven
Image
Stapje 4. Kijk, luister en voel
Kijk om je heen in je hoofd. Schrijf zinnen die beginnen met:
- Op deze plek zie ik…
- Hier groeit…
- Hier ligt…
Probeer de onderstaande teksten hardop voor te lezen:
Het gras zegt niets
maar luistert altijd
Hier groeit een struik
Uit zijn groene jasje
Oefening
Schrijf nu zinnetjes die beginnen met:
- Ik hoor…
- Soms hoor ik…
- In de verte hoor ik…
Oefening
- Kijk naar beneden:
- Hoe voelt de grond onder je voeten?
- Wat vertellen je tenen je?
Schrijf een gedicht over deze plek vanuit je tenen of voeten
Image
Stapje 5. Wat doet deze plek met jou?
Een plek kan iets met je doen.
Luister:
Hier hoef ik niets
behalve ademen
of:
Hier is het zo fijn
dat ik eindelijk echt boos durf te zijn
Oefening. Maak deze zinnen af:
- Op deze plek voel ik me…
- Hier hoef ik niet…
- Hier mag ik…
Zo maak je hele sterke dichtregels!
Image
Stapje 6. De plek laten leven
In gedichten mogen plekken leven.
Luister:
Het bosje leunt
een beetje naar me toe
alsof het luistert
Of:
Dit landje bewaart
mijn voetstappen
voor later
Oefening
Nu jij:
- laat je plek iets doen
- of iets zeggen
- of iets voor je bewaren
Image
Stapje 7. Maak er een gedicht van
Lees alles wat je hebt geschreven.
Luister nog naar één voorbeeld:
Ik sluip door het hoge gras
waar alle krekels denken
dat ik iets anders ben
Zie je?
Niet alles hoeft erin.
Een paar regels zijn genoeg.
Oefening
Kies:
- de mooiste zinnen
- zet ze onder elkaar
schrap wat te veel is
Image
Stapje 8. Rijmen (alleen als je zin hebt)
Sommige gedichten dansen.
Luister:
De boom staat stil
maar in zijn hoofd
rent hij
mee
met de wind
Geen rijm.
En toch ritme.
Image
Maar rijmen kan natuurlijk ook. Luister naar dit gedicht van Anne M.G. Schmidt:
Eenentwintig poezen
zaten bij het vuur
te dutten en te doezen
's nachts om twaalf uur
En achter het fornuis.
zat, helemaal per abuis,
één kleine muis.
Wil je rijmen? Mag.
Wil je niet rijmen? Ook goed
Oefening
Schrijf een gedicht over je lievelingsdier en laat het rijmen. Wat rijmt er op kat, pony, reiger, kikker?
Stapje 9. Rijmen kan ook anders
Rijmen kan op veel manieren.
Niet alleen aan het eind van een woord, maar ook anders, bijvoorbeeld bij het begin van een woord. Dat noemen we 'beginrijm': zachte zwanen zwerven zwierig over de zee. Luister:
De boom staat stil
maar in zijn brein
beent hij
met de wind
mee
Oefening
Pak een van je eerdere gedichten en kijk of je woorden kunt vervangen door andere, die meer rijmen aan het begin van het woord.
Image
Stapje 10. Geef je gedicht een titel
Luister:
Waar het gras mij kent
Dat is een titel.
Kort. Geheimzinnig.
Een titel mag:
- een zin zijn
- een plek noemen
- een gevoel zijn
Oefening
Bedenk titels voor de gedichten die je net hebt geschreven.
Stapje 10. Delen (alleen als je wilt)
Wil je voorlezen?
Je hoeft niet te zeggen:
- waar de plek is
- of waarom hij belangrijk is
Het gedicht doet dat al.
Na elk gedicht:
👏👏👏 APPLAUS 👏👏👏
Groot applaus!
Zeg daarna:
“Wat ik mooi vond was…”
Tot slot
Die plek buiten verandert.
Maar in jouw gedicht blijft hij.
Luister nog één laatste voorbeeld:
Als ik later groot ben
weet dit landje
mij nog
Dat heb jij vandaag ook gedaan:
iets bewaren in woorden.
Dat is wat dichters doen