Workshop landschapspoëzie
Sporen in het landschap
Image
door Aly Freije
Inleiding
Door de Nederlandse poëzie kreeg Kader Abdolah oog voor het water, de wind en de regen in het Nederlandse landschap. Door dit landschap fietsend zag hij in de IJssel zelfs de loop van zijn Iraanse geboorterivier weer opduiken onder Nederlandse luchten met dat specifieke Hollandse licht, dat de hoofdrol speelde in Hollands licht, een documentaire van Pieter-Rim de Kroon.
Dit licht was in de zeventiende eeuw voor het eerst te zien bij de schilders van de Gouden Eeuw, met het donkerste donker en het witste wit. Volgens kunstenaar Joseph Beuys kwam dit licht door de Zuiderzee, het ‘oog van Holland’. Met de inpoldering verdween deze reflecterende spiegel helaas voorgoed.
De opnamen van Hollands licht werden van ochtend tot avond gemaakt in de opeenvolgende seizoenen op eenendezelfde plek op de dijk tussen Marken en Monnickendam. Ze laten goed zien hoe het licht steeds weer verandert. In de loop van de dag en met de verandering van het weer beleef je het landschap indrukwekkend verschillend.
In de Nederlandse poëzie kom je het landschap vaak tegen met veel verschillende betekenissen. De beleving van het landschap kan centraal staan en de contouren van vroegere landschappen kunnen daar, zoals bij Abdollah doorheen schemeren. Maar landschapsbeelden dienen ook als symbool voor andere aspecten van het leven, zoals liefde, vervreemding, verbazing over het dagelijkse bestaan, oorlog of mystiek. Het gaat er om je te realiseren wat het landschap voor jou betekent, welke beelden van vroeger opdoemen en wat je via je gedichten wilt ontdekken.
Image
Landschap is: wat je kunt overzien
Laten we eens starten met de letterlijke betekenis van het woord landschap. Volgens Van Dale is dat ‘een stuk land dat men met één blik overziet.’ En in het Woordenboek der Nederlandse Taal wordt daaraan toegevoegd: ‘eventueel met inbegrip van kleine dorpen en steden.’ Het landschap is – hoe kan het ook anders in Nederland – niet identiek aan de natuur. Het is juist een gebied waar mensen proberen de natuur te beheersen en naar hun hand te zetten. Want die natuur moest altijd bedwongen en gebruikt worden en Bloem wist het al: ‘Wat is natuur nog in dit land? / een stukje bos ter grootte van een krant.’ Voor de natuur moeten we verder reizen. Tot ook daar ingrepen gepland staan.
Een landschap is drager van herinnering, complexiteit en gelaagdheid volgens Willem van Toorn, iemand die zich bij uitstek met het landschap bezighoudt. Het landschap rond de Waal bijvoorbeeld, werd beschreven in het gedicht ‘Tekens bij een litho’ van Willem den Ouden.
Lijnen tegen het groot verdwijnen in.
Zo buigt de wind het riet dat bijna al
verleden is. Zo scheef de wilg. De schaduwval,
net achterhaald binnen de tekening,exact langs deze schuinte van de dijk.
Eeuwenlang wisselend zichzelf gelijk.
Morgen verbannen naar herinnering.
Lagen
Oud cultuurlandschap zoals hier beschreven, brengt ons op allerlei plaatsen in Nederland in contact met ons verleden. Mijn eigen landschap, het noorden van Nederland, toont nog allerlei sporen van oeroude bewoning en bewerking. Als je goed kijkt, tussen je oogharen door weliswaar, zijn van de veroveringen op de zee talrijke tekens in het landschap terug te vinden.
Image
Op vele plaatsen verheffen zich in het vlakke land half afgegraven terpen en wierden. Slibwallen, kronkelige waterwegen en dito landweggetjes verraden kreken die vroeger door binnenstromend water werden uitgesneden. Dijken voor de kust beschermden de bevolking geleidelijk aan op verschillende plaatsen tegen overstromingen. Door nog meer dijken ontstonden tal van zelfstandige polders langs de kust. Je kan de historie in lagen afpellen van dat landschap. (Zie ook deze website.)
Sommige landschappen zijn zo ‘vol’, zo rijk aan betekenis dat je ze bijna als een boek kunt lezen of als een prentenboek kunt bekijken’ schrijft van Toorn. Dat zie je bijvoorbeeld ook in Rutger Koplands serie Water:
I
Als met water zelf, met de gedachte
spelen dat je ooit en eindelijk
zult weten wat het is.Het is regen geweest, een rivier, een zee,
hier was het, hier heb ik het gezienen zie ik water en weet niet wat het is.
Een stelregel voordat je gaat schrijven: onderzoek in je schrijven altijd eerst zonder zelfcensuur je associaties. Schrijf vrijuit, nog niet gehinderd door gedachten aan technische vormgeving. Als je voldoende materiaal hebt kun je in volgende versies schrappen, herschrijven en bijslijpen.
Oefening 1
1. Verken een rijk cultuurlandschap in je eigen omgeving of elders, onderzoek de historie ervan, lees landkaarten en gedichten over dat landschap.
2. Trek er door heen, ontdek de oude ‘sporen’. Maak aantekeningen over wat je ziet, hoort, ruikt, laat de elementen water, lucht, licht en aarde op je inwerken. Lees je aantekeningen door en kies de fragmenten en woorden die betekenisvol zijn en maak een gedicht over die ‘sporen’.
Oefening 2
1. Naast scherp waarnemen is het onderzoeken van betekenissen van woorden een goede invalshoek voor een gedicht. Kies één element en stel jezelf vragen over de betekenis en verschijningsvormen van dat element daar (zie Koplands watergedicht).
2. Ga daarop associëren en kijk naar tegenstellingen. Water is bijvoorbeeld beweging en stilstand, diepte en oppervlakte, bron en monding, mateloos en begrenzend, dichtbij en overkant, vruchtbaar en dood, kabbelend vredig en woest en vreemd.
3. Maak een paar gedichten, waarin telkens één element centraal staat.
Image
Landschapsverdriet
In het gedicht 'Tekens' van Van Toorn klonk bezorgdheid door, het rivierenlandschap zou ingrijpend veranderen. Nederland heeft een landschap dat door de eeuwen door de invloed van natuur en mensen steeds andere vormen kreeg. Maar de laatste decennia vooral veranderde dit drastisch door het ingrijpen van de mens. Als die diepe littekens niet meer van je netvlies verdwijnen lijd je aan een vorm van landschapsverdriet.
Volgens NRC-journalist Maartje Somers is dit een bekende reactie op de sinds enkele decennia plaats vindende verstedelijking en de kunstmatige reconstructies van plukjes natuur in het landschap. Landschapsverdriet is nostalgie en ‘nostalgie is een teken van ontworteling, citeert ze Van Toorn.
Het komt voort uit de menselijke behoefte aan een landschap waar de dingen tenminste even op hun plaats blijven. Het tempo en de schaal van veranderingen is echter te groot geworden, waardoor te veel landschap ‘onleesbaar’ is geworden.’ Maar in de verbeelding van de mensen huist nog altijd de voortploegende boer, als symbool, als bewerker van ons landschap.
Somers: ‘Onder alle verstedelijking en bulldozerij is ons mentale platteland onverwoestbaar gebleken. De boerderij in ons hoofd valt niet te slopen.’
Iedereen heeft een ‘gevoelslandschap’ dat valt op te roepen. Dit is het volgende motief om gedichten te schrijven.
Oefening 3
1. Haal je ‘gevoelslandschap’ terug. Onderzoek je verleden, waarin een landschap als decor een hoofdrol vervulde, of je nu op het platteland of in de stad groot geworden bent. Hoewel onze kindertijd vaak grotendeels is uitgewist, blijven er sporen achter. Ook in de stad met oude straten, wijkjes, een beuk op een speelplein of overwoekerde terreintjes aan de rand van de stad, waar later de nieuwbouwwijken verrezen.
2. Zoom in op een kenmerkende plek in het landschap uit je jeugd, op het platteland of in de stad en ga daar rondlopen, ga er in zitten, liggen of dromen. Registreer alle zintuiglijke ervaringen bij die plek, de kleuren, het seizoen, het weer, de mensen of dieren daar, het geluid van stemmen, de voorwerpen waarmee iets gedaan werd, wat er precies gebeurde en je verdere associaties bij die plek.
3. Kies beelden, ga mee met associaties en kies betekenisvolle woorden uit je aantekeningen, breid die woorden uit met alliteraties, assonanties, herhalingen. Schrijf een klankrijk gedicht en probeer niet je gevoelens expliciet te benoemen, want die moeten in de beelden en klanken zitten.
Image
Randen
De tussengebieden tussen stad en platteland worden steeds groter. Zeker in een geïndustrialiseerd land als Nederland loop je steeds vaker tegen de randen, de rafels van stedelijke bebouwing aan.
In het boek Stillers omgang van Louis Stiller worden in een voettocht de stadsgrenzen van Amsterdam verkend, tegen de achtergrond van eigen herinneringen. De schrijver vergelijkt oude stadskaarten en de stadsgeschiedenis met de plaatsen van doortocht. Hij leest er Nescio op na en ontdekt hele nieuwe vormen van stadslandschap, en zelfs stadsrandboeren. Of bekijk de vinexwijk zoals die bij de film De Noordelingen van Alex van Warmerdam was te zien. Bij een dichter als Mustafa Stitou komt zo’n wijk ook in beeld:
Een fragment uit het gedicht 'De schil waarop wij leven':
Het onderliggende het zich tonende,
het zich tonende het zich tonende. Op voormalige
zeebodem een vinexvestiging, met zo natuurlijkmogelijk bos omgeven, recreatiepaden,
en met kunstwerk binnenkort……
Image
Troost of troosteloosheid
Een echte stadsbewoner zal vaak anders reageren op het landelijke van een landschap dan een plattelander. Bij een bijeenkomst van de schrijvers die met de samensteller van de expositie Het Russische landschap waren meegereisd naar Rusland bevond zich Ilja Leonard Pfeiffer. Gevraagd naar zijn indrukken van dat landschap noemt hij vooral de troosteloosheid van de Sovjetsteden met zijn nachtmensen, de lijmsnuivers en de dronken verloren vrouwen.
Terwijl de fotograaf Bert Nienhuis vooral het eindeloze en eentonige van de natuur noemt en dat in zijn foto’s laat zien. Je gevoelslandschap van vroeger bepaalt mee hoe je nu het landschap ervaart. Bij Pfeiffer lees je de ironische stadsbewoner in het fragment van Lilalente, waarin associaties en alliteraties en assonanties over elkaar heen buitelen:
het is lente in de laat de kanterstraat
lente in de lange laan van poot
monkelt glim mevrouw jolien lahaye
poetst alle knoppen koper
pinkelt glom van weertje weer
pink (petronella) parlevliet de ree
gaat in de tuin een tuiltje tulpenblommen
buiten aquarellen
er piept het een of ander enig merelbeestje
in pim en wietske wielaards pergola…
‘Als je je even omdraait is het landschap van je jeugd verdwenen’ schrijft buitenmens Willem van Toorn boos, ‘autowegen, stadsuitbreidingen en slaapsteden hebben in vijftig jaar het landschap onherkenbaar veranderd, en in de overgebleven delen heeft de recreatie toegeslagen.’ Maar Kees ’t Hart kan het Friese landschap alleen maar mooi vinden wanneer het ‘onzuiver is en doortrokken van de empirische waarheid van mijn bestaan’. Daarin passen hoogspanningsdraden en stapels autobanden om een hoop ingekuild gras af te sluiten. Dat soort dingen laat ik liever weg op een foto, maar ze komen wel binnen. Ikzelf balanceer tussen gevoelens van nostalgie en aandacht voor het curieuze van de zelfkant van nieuwe tussengebieden, maar sla door naar die eerste emotie.
Oefening 4
1. Reageer op het ‘onleesbaar’ wordende landschap en de nieuwe tussengebieden. Zet het beeld van je gevoelslandschap daar tegen af. Ben je optimistisch, laconiek, nieuwsgierig, ironisch, boos, verontrust of nostalgisch gestemd? Stel jezelf vragen over die verschillen, gedachten reeksen vormen naast het spel van beeld en taal ook een goede bron voor poëzie.
2. Kies de eerste associatie die bij een belangrijke vraag bij je op komt en ga rondom dat kernwoord weer associëren, vervolgens associeer je op al die woorden verder, tot je hele reeksen van woorden krijgt en zich een kernzin aandient.
3. Schrijf nu je gedicht.
Stilzetten
Het landschap is als een foto, of een momentopname in de lange film van de historie. Het is ook een schilderij en dat is tevens de tweede betekenis in de Van Dale. Beeldende kunst vormt een goede inspiratiebron voor een gedicht. ‘Alsof het beeld even moet worden stil gezet om er houvast aan te kunnen krijgen’ schrijft van Toorn, die veel met beeldgedichten werkte.
Een landschap schilderen of fotograferen en er een gedicht over schrijven kan op elkaar inwerken en zeer vruchtbaar zijn. De werkwijze vertoont veel overeenkomsten. Je gebruikt dezelfde methode om het landschap vast te leggen met een scherpe waarneming als invalshoek, werkt met de eigen herinneringen als achtergrond en hebt een gevoeligheid voor veelzeggende details.
Een dichter en beeldend kunstenaar en ook een goede fotograaf gebruiken associaties en beelden om een nieuwe werkelijkheid te maken. Het materiaal is verschillend. Dubbeltalent Charlotte Mutsaerts vindt bijvoorbeeld dat je met taal meer duidelijk kan maken dan met schilderen, ‘want schilder maar eens een paard dat op schoot wil’. Terwijl ze in Rachels rokje de worsteling van dat paard beschrijft, die ik niet gauw zal vergeten.
Oefening 5
1. Foto’s lenen zich goed voor poëzie omdat daar de schilder met zijn verf en kwast minder tussen zit en je op zoek moet naar je eigen vragen.
2. Zoek goede foto’s die iets te raden laten, die meer zijn dan landschapskiekjes. Ik gebruik zelf bijvoorbeeld foto’s van André Kertesz met veel lucht en weerspiegelingen in het water.
3. Associeer rondom de woorden ‘lucht’ en ‘weerspiegelingen’. En zet lucht en weerspiegeling in vergelijkingen neer, maar schrap vervolgens de clichés. Maak een gedicht en gebruik rijkelijk beeldspraak.
Image
Stijlen en stromingen
Ga naar schilderijen exposities en verken zo het landschap. In de workshop die ik dit jaar gaf over dit onderwerp liet ik me, samen met mijn collega’s en de deelnemende dichters en schilders inspireren door landschapsschilderijen. Daarbij lieten we verschillende stijlen op ons inwerken.
We reisden met de groep naar Worpswede, vlak bij Bremen in Noord-Duitsland, waar aan het eind van de negentiende eeuw kunstenaars als Fritz Mackenzen en Otto Modersohn op zoek gingen naar het licht in een nog onaangetast boerenlandschap. Zij schilderden realistische landschappen, later werden hun doeken impressionistischer.
Daarnaast gingen we met de groep schilders/dichters naar het Reitdiepdal in Noord Groningen, waar de schilders van De Ploeg begin twintigste eeuw de ruimte, de akkers en de luchten van het landschap in de felle kleuren van het expressionisme toonden.
Het landschap is door de jaren in de schilderkunst verschillend weergegeven, evenals in de dichtkunst. Willem van Toorn heeft in Leesbaar landschap een overzicht gegeven hoe Noord Hollandse dichters door de eeuwen heen hun landschap hebben weergegeven.
Enkele mijlpalen in de landschapskunst
De oudst bekende Nederlandse tekst over het landschap is van omstreeks elfhonderd: ‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu’ (‘Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij’). Dat is niet door een verliefde monnik gemaakt maar hier klinkt, zoals nu blijkt, een vrouwenstem.
Pas in de zeventiende eeuw, in de tijd van de Barok wordt voor het eerst in Nederland het landschap als een zelfstandig onderwerp geschilderd. Het heeft dan niet enkel meer een louter symbolische functie of dient niet alleen als achtergrond voor religieuze taferelen.
In de Romantiek, begin negentiende eeuw, trekken schilders en dichters massaal het landschap in. De confrontatie tussen de mens en de woestheid van het landschap staat centraal.
Halfweg de negentiende eeuw gaan schilders in het impressionisme de schoonheid van het landschap en het licht en de sfeer verbeelden. Het is ook de tijd van de Tachtigers, die hun persoonlijke gevoelens over de natuur laten weerklinken. En Gorter roept in zijn gedicht 'Mei' het landschap in al haar facetten op.
Het expressionisme komt op en de Vijftigers laten zich hierdoor inspireren. Ze experimenteren met associaties en vrije versvormen, waarin vooral de eigen reactie op een landschap wordt weergegeven. Na de Tweede Wereldoorlog komt in velerlei stijlen de nostalgie en de aantasting van het landschap steeds meer naar voren in de poëzie en wordt ook het stadslandschap neergezet.
Oefening 6
1. We gaan een beeldgedicht maken. Kies een landschapsschilderij uit een stroming die je aanspreekt. Bekijk het goed en maak aantekeningen.
2. Bezoek dat landschap en schrijf je zintuiglijke waarnemingen op, beschrijf de ruimte, de kleuren, de vormen, de kompositie, de lichtval, de voorgrond tegenover de achtergrond, de luchten, het water, het land, de aarde, eventueel de bomen, huizen, dieren, mensen erop.
3. Schrijf op wat voor emoties het oproept, welke herinneringen komen boven, aan welk landschap doet het je denken.
4. Kijk weer naar het schilderij en schrijf je eerste associatie op. En ga op dat woord verder associëren.
5. Probeer verschillende perspectieven uit om een beeldgedicht te maken, schrijf:
- vanuit de waarneming van het schilderij en je geraaktheid daarbij;
- vanuit wat je ervaart als je in het beeld gaat zitten;
- door van één van de elementen een personificatie te maken en vandaar uit te schrijven, bijvoorbeeld als de wind die de wolken aanjaagt;
- door te reageren op (het maken van) dat schilderij en/of op je eigen dichtproces;
- door te reageren op de schilder.
Een gedicht moet een zeker evenwicht bereiken tussen begrijpelijkheid en mysterie. Het is goed om te experimenteren met taal en mee te gaan met woorden, zonder meteen naar betekenissen te kijken. En zoals bij het expressionisme in de schilderkunst uit de vormen de kleuren los komen, beschrijft Lucebert hoe door de melodie de taal gaat loszingen in je hoofd:
Het einde
Oud de tijd en vele vogels sneeuwen
In de leegte in de verte
Wordt men moe en de stemmen
Staan stijf om zelfs de zuiverste lippenRuw en laag wandelt de regen
Waarheen zijn de lichte dagen gegaan
Waar zijn de wolken gebleven
Alles is stom en van steenAlleen die in zijn engte de elementen telde
Buigend en bevend als geselslagen
Geeft het laatste geluid: het lied
Heeft het eeuwige leven
In dit muzikaal vers met mooie beeldspraak roept hij als geen ander de kracht van de elementen op, het geteisterd worden door het leven, en bovenal de kracht van de poëzie.
Oefening 7
Experimenteren met taal en met verschillende dichtstijlen.
1. Lees een serie landschapsgedichten die verschillen van stijl en invalshoek. Streep woorden en woordreeksen aan die je aanspreken.
2. Ga associëren rond die gekozen woorden. Kies een reeks associaties uit en ga door op die woorden en kijk welke beelden er uit naar voren komen. Maak met dit materiaal een gedicht.
Een stelregel tot slot. Laat je gedichten lezen aan mededichters. Werken in een groep heeft daarbij veel voordelen. Via hun feedback krijg je de eerste reacties van lezers en merk je welk, wel of niet beoogd effect je gedichten hebben. Het zijn ook de vakgenoten die zich met jou over alle technische kanten van het gedicht kunnen buigen. Beide soorten reacties kunnen je verder brengen in je werk.
Boeken over poëzie en beeldende kunst en landschap
Willem van Toorn
Leesbaar landschap
Querido, Amsterdam, 1998 ISBN 90 214 8433 1
Ton van Deel
Als ik tekenen kon, essays
Querido, Amsterdam 1992 ISBN 90 21459388
Arie van den Berg (redactie)
Eerst de hoeve, dan het hart
De Nederlandse boerderij in verhalen, gedichten en foto’s
Sun, Nijmegen 2000 ISBN 90 6168 5931
Ton van Deel (samenstelling)
Ik heb het rood van ’t Joodse Bruidje lief
Querido, Amsterdam, 1988 ISBN 90 214 5937x
Alberto Manguel
Kunstlezen, over het kijken naar beeldende kunst
Ambo, Amsterdam, 2002 ISBN 90-263-1767-0
E. H. Gombrich
Eeuwige schoonheid
Gaade Uitgevers Houten, 1997 ISBN 90-6017-694-4
De Rijksmuseum Foto Gids
De Gids jan/feb. 2001
Meulenhoff BV Amsterdam
De Beschrijving
Raster no.60
De Bezige Bij, Amsterdam, 1992
Louis Stiller
Stillers Omgang, een ontdekkingsreis rond Amsterdam
De Prom, Amsterdam, 2004 ISBN 90-6801-976-7